Walther

Breken zal het startsein zijn. Het kan een maand duren. Een jaar. Drie jaar. Maar breken zal het. Dan zal het beginnen. Het wordt een diepe val. Zo’n val waarbij je geen adem krijgt. Maar op dit punt begint dat hem er steeds aantrekkelijker uit te zien. Hij slaat met zijn vlakke hand in zijn gezicht.

‘Breek nou,’ mompelt hij tegen zichzelf.

Walther bekijkt zichzelf in de badkamerspiegel. Hij houdt zijn buik in. Hij is weer dikker geworden, maar wil er niet aan toegeven. Zijn handdoek past niet meer om zijn middel en hij krijgt mannentieten. Sinds een paar jaar groeien er haren uit zijn schouder. Zijn spieren vervetten steeds een beetje meer.

Hij is een worst geworden. Een goedkope, smakeloze worst. Zo’n worst van een paar cent, met gesmolten kaas erdoorheen. Man, wat is hij arm geworden de laatste jaren. Stakkerig arm. Hij spant zijn spieren aan, of wat er nog van over is. Heel even. Walther is moe.

Toch, denkt hij, terwijl hij zuchtend zijn liezen afdroogt, is er één lichtpuntje. Op een dag breekt het. Allemaal. En dat zal het begin zijn.

Hij scheert zichzelf. Al jaren met hetzelfde mes. Elke dag probeert hij om de plooien van zijn onderkin heen te scheren. Elke dag mislukt het.

 

Dit verhaal verscheen eerder in Quiet 500, als onderdeel van een zkv-ketting met oa. Maartje Wortel, LH Wiener en Lize Spit. De eerste zin van het verhaal is met dank aan Lize Spit.