Videoland

Ik herinner mij dat ik in de videotheek sta. Tweeduizend één. Ik ben veertien. Ik loop naar binnen, knik Koen aan de balie vriendelijk toe en loop door naar de weekfilms. Ik loop voorbij films als Dude, where’s my car en Space Cowboys. Ik zie een stelletje dat twijfelt welke romcom ze moeten nemen. Ik zie een groepje mensen lachend bij een rek kinderfilms. Ik loop voorbij Three men and a little lady.

In de hoek van de Europese films blijf ik staan. Als ik me een klein beetje naar rechts draai, kan ik net door een roze kralengordijn heen de pornofilms zien staan. Ik weet wat de collectie is, want ik heb op de website het hele bestand bekeken. Ik ken alle films uit mijn hoofd:

Shaving Ryan’s Privates, A Clockwork Orgy, White Men Can’t Hump, Sexorcist, Battlestar Orgasmica, Beverly Hills 9021-Ho, Lost in Penetration, Sperminator, Pokeahotass, Schindler’s Fist, The return of the gangbang zombies, Good Will Humping, Charlie’s Anals, Fatal Erection, The Bare Bitch Project, Thighs Wide Shut en Sex Trek: Deep Throat Nine.

Ik heb de mannen uit mijn dorp de ruimte in en uit zien lopen. Ik ken de titels. Terwijl ik met de zoveelste comedy van Ben Stiller en Owen Wilson in mijn handen sta, merk ik dat ik – alleen al door te denken aan de rij films van Jenna Jameson en Tera Patrick een stijve krijg.

Langzaam voel ik dat ik rood word. Koen kijkt mijn kant op. Ik hou mijn video van Ben Stiller voor mijn pik. Nu lijkt het of iedereen kijkt: Koen, de drie mensen bij de kinderfilms en ook het verliefde stelletje. Ik voel nu hoe iedereen ziet dat ik denk aan Jenna Jameson die met haar handen op haar billen slaat en ‘Fuck me in my gloryhole’ naar me roept.

Terwijl ik de videotheek rondkijk komt er een meneer binnenlopen in een donkerrode jas. Als hij de hoek bij de detectivefilms omloopt kijkt hij me één keer aan. Het zou – theoretisch gesproken – per ongeluk kunnen zijn. In de hoek bij de Nederlandstalige films kijkt een meisje van een jaar of twaalf naar me. Ik krijg het beeld van Jenna Jameson niet uit mijn hoofd. Ik houd mijn tas voor mijn broek en begin te zweten.

Nu komt er iemand van de videotheek naar me toe. Hij kijkt me even aan. Ik ruik mijn eigen zweet en houd mijn armen stijf tegen mijn lichaam aan.

‘Docu’s mag je deze week onbeperkt huren, trouwens,’ fluistert hij.

‘Pardon?’

‘Huren. Dat vergat ik je net te zeggen.’

Ik voel me betrapt en houd de tas nog dichter bij mijn lul. Hij is op zich alweer half slap, maar half slap of half stijf: dat is altijd maar in the eye of the beholder, natuurlijk. Ik kijk terug naar Koen, aan de balie. Ik ben net te laat om te zien dat hij snel wegkijkt naar zijn beeldscherm.

Er komt een man door het kralengordijntje heen. Hij heeft drie video’s in zijn hand. De bovenste is finding Nemo. Hij glimlacht naar me. Ik glimlach terug. Door lust en spanning gedreven schuifel ik naar het gordijn toe. Net voor ik bij het gordijn ben draai ik weg naar de documentaires over de tweede wereldoorlog. Ik pak een willekeurige video over Joseph Mengele in mijn handen en loop terug naar Koen.

Koen knipoogt naar me. Hij heeft me gezien. Ik weet dat ik geen kant meer op kan.

Een maand later solliciteer ik naar een baantje in een pizzarestaurant. Ik word het niet. Twee weken later ga ik op voor mijn diploma reddingszwemmen. Dat haal ik ook niet. In het halfjaar daarna raak ik vier keer een briefje van vijf kwijt, en twee keer een briefje van tien. Op mijn vierentwintigste (exact tien jaar later inderdaad) wordt mijn aanvraag voor een hypotheek afgekeurd omdat ik een te klein inkomen zou hebben voor een lening.

Toeval? Misschien. Dat zou natuurlijk ook kunnen.

‘Videoland’ was de openingsmonoloog van de theatervoorstelling ‘Wachten op Henny van Oirschot’, die ik maakte met de geweldenaars Mathijs Leeuwis en Lisah Baert.